Dag 1-2: Kathmandu en omgeving

15 oktober
Vanop het dak van het hotel zijn in de verte, tegen de azuurblauwe hemel, enkele witte Himalaya-toppen zichtbaar. We krijgen een mooi uitzicht op de stad en de vallei.
Vanuit Thamel wandelen we ongeveer een uurtje tot de bekende ‘Swayambunath’ tempel, een gigantisch bouwwerk met als aandachtstrekker de mysterieuze ogen van Buddha. De tempel ligt bovenop een heuvel en er moeten heel wat steile trappen worden beklommen om het doel te bereiken. Het uitzicht op de vallei en de witte pieken in de verte, ontnemen ons de weinige adem die we nog over hebben.
Na de tempel nemen we de stad zelf onder de loupe. Kathmandu is arm en vuil, de vuilnisbelten liggen open en bloot op straat. Ondanks dit alles heerst er toch een aangename sfeer, mede dankzij de talloze souvenirshops, restaurantjes en pubs. Vooral Thamel, Patan en Durbar Square zijn toffe plaatsjes om wat rond te keuvelen. Ik koop er een bescheiden handgeweven tapijt voor 80 $. Wim spendeert z’n centen vooral aan kledij en materiaal voor de op til zijnde trekking. De kans dat zijn rugzak tijdig wordt teruggevonden is erg klein geworden.
In Thamel zijn talloze gezellige restaurantjes gevestigd, maar één van de betere is ongetwijfeld ‘Helena’s', waar ze de beste gebakjes van het land verkopen. Voor sterke reisverhalen en contacten is dit ‘The place to be!’ Het eten is er goedkoop en bijzonder lekker maar je moet er op tijd bijzijn want de zaak zit snel barstensvol, vooral ‘s morgens en ‘s avonds.
Eenmaal terug in het hotel vernemen we dat een derde Belg, John, ons wil vergezellen op trekking. Meer onverwacht nieuws is dat een crew van maar liefst 19 personen is samengesteld (dragers, gidsen, keukenploeg). Het is de bedoeling om via de Rolwaling vallei de beruchte en gevaarlijke Trashi Labsta (5.755m) te overschrijden en van daaruit een klim te wagen naar de Parchamo Peak (6.175m). Eenmaal de zware pas over zouden we de prachtige Khumbu vallei bereiken.
16 oktober
Briefing op de burelen van Asian Trekking, goede en vriendelijke ontvangst.
Er wordt ons gevraagd onze paspoorten af te geven zodat men kan zorgen voor de nodige trekking- en klimpermits.
In de namiddag willen we een bezoek brengen aan een tapijtfabriekje. Hiervoor stappen we binnen in de eerste de beste tapijtenwinkel en vragen de verkoper of het mogelijk is zijn fabriek te bezoeken. De meeste verkopers zijn hiertoe graag bereid. We betalen enkel de taxi en komen enige tijd later terecht in een afgelegen, rustiek boerendorpje. Het fabriekje is niet meer dan een houten barak waar jonge mensen met drie of vier tegelijk aan één tapijt werken. Het is een vreselijk eentonig en langdurig werk dat voor een stuk van gemiddelde grootte al snel meer dan een maand vereist. Het is interessant te weten hoe zo’n tapijt in elkaar zit, zodat je geen kat in de zak koopt. Op de markten in de stad zijn lang niet alle produkten van dezelfde goede kwaliteit.
Na dit bezoek zet de taxibestuurder ons af aan de ‘Bodnath‘ tempel, de grootste stupa in Nepal. De immense, sneeuwwitte koepel steekt sterk af tegen de helderblauwe lucht en de penetrante rood, geel en blauwe ogen van Buddha maken het geheel fotografisch bijzonder aantrekkelijk. Zelfs voor diegenen die niet van tempels houden is dit een absolute must, mede omdat je bovenop een prachtig uitzicht krijgt op de Kathmandu vallei en enkele Himalaya toppen.
Al wandelend (mét kaart) lopen we dwars doorheen landelijke dorpjes en rijstvelden om zonder al te veel problemen de volgende tempel te bereiken, ‘Pashupatinath‘ of ‘Monkey Temple‘. Hier is meer te zien dan alleen maar een tempel. Het Hindu complex ligt aan de oevers van de heilige ‘Bagmati’ en is een bedevaardsoord. Pelgrims baden zich in de rivier om lichaam en ziel te reinigen. Langs de oevers staan enkele crematie-tafels opgesteld en er zijn gewoonlijk wel één of meerdere crematies aan de gang. Fotograferen wordt hier niet op prijs gesteld maar met een telelens kan je al heel wat bereiken mits inachtneming van enkele elementaire discretieregels.
De Hindu’s geloven dat sterven en gecremeerd worden langs de oevers van de Bagmati een einde maakt aan de cyclus van wedergeboortes, zodat ze uiteindelijk het ‘Nirvana’ kunnen binnentreden. De tijd loopt snel als je in dit reusachtige complex rondwandelt in het gezelschap van tientallen bruine apen.

